Nieuws

Vertrouwenspersoon

Iedereen die sport moet dit kunnen doen in een veilige omgeving. Om dit te bereiken doet Flashing Heiloo actief aan preventie. Zo gelden er bijvoorbeeld gedragsregels voor begeleiders en is er een reglement sportiviteit en respect voor de leden.

Maar ongewenste omgangsvormen komen helaas overal voor, dus ook in de sport. De meest bekende vorm is seksuele intimidatie. Hierbij kan het gaan om een schuine mop, een opmerking over iemands lichaam, een arm om de schouder of een klopje op de bil. Als degene die het ondergaat dit niet leuk vindt (ongewenst), moet het ophouden.

Andere vormen van seksuele intimidatie zijn altijd ongewenst. Bijvoorbeeld mensen begluren in de kleedkamer of douche, aanranding en verkrachting. Dit moet niet alleen ophouden, maar er moet ook tegen de pleger worden opgetreden. Maar ook pesten, discriminatie, agressie en geweld zijn ongewenste omgangsvormen.

Wanneer je te maken krijgt met ongewenste omgangsvormen roept dit veel emoties, vragen en dilemma’s op, ook als je niet zelf het slachtoffer bent, maar het ziet gebeuren. Het is dan belangrijk te weten dat je in zo’n situatie bij een vertrouwenspersoon terecht kunt voor hulp, ondersteuning en advies. Of voor gewoon een luisterend oor. Uiteraard wordt alles strikt vertrouwelijk behandeld en er gebeurt niets wat je niet weet. De vertrouwenscontactpersoon is er voor alle medewerkers, (jeugd)leden en ouders.

Vertrouwenscontactpersoon bij Flashing Heiloo

De vertrouwenscontactpersoon van Flashing Heiloo is Petra Vervoort. Petra heeft veel ervaring als vertrouwenspersoon en adviseur op het gebied van omgangsvormen en integriteit.

Wanneer je een vraag, probleem of klacht hebt over de manier waarop je bejegend wordt binnen de vereniging, neem dan gerust contact met haar op. Dit is geheel vertrouwelijk.

Petra is als volgt bereikbaar:

– telefoon: 06-33 16 64 99
– e-mail: vervoortpetra@gmail.com

Ongewenste omgangsvormen

Ongewenste omgangsvormen komen overal voor. Op school, op het werk en helaas ook in de sport. De afgelopen jaren registreerde NOC*NSF bijna vijf meldingen per maand, variërend van ongewenste aanrakingen en gluurders tot verkrachting. Op grond van verschillende onderzoeken kunnen we aannemen dat het hier slechts gaat om het topje van de ijsberg.

De schade die ongewenste omgangsvormen aanrichten is groot. Allereerst bij de slachtoffers, maar ook bij de vereniging en de sportbonden. Het kan leden kosten, het sportplezier bederven en de prestaties van getalenteerde sporters verminderen.

Als vereniging voert Flashing Heiloo actief beleid ter preventie van dergelijke problemen. Beleid voeren tegen ongewenste omgangsvormen is in feite werken aan kwaliteitsverbetering: het bevordert een veilig sportklimaat en een goede begeleiding. Zo kunnen sporters en (vrijwillige) medewerkers zich lichamelijk en geestelijk goed voelen binnen Flashing Heiloo. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat wij als vereniging snel kunnen ingrijpen en weten welke stappen genomen kunnen worden wanneer er zich een incident voor doet, zodat erger wordt voorkomen.

Een sportorganisatie kan helaas nooit alle risico\”s op ongewenste omgangsvormen uitsluiten. Zoals sportblessures altijd kunnen voorkomen, zo kunnen leden van een vereniging schade oplopen door ongewenste omgangsvormen. Wel kunnen wij als vereniging proberen de risico\”s zoveel mogelijk te beperken.

Onder ongewenste omgangsvormen verstaan we: elke vorm van (seksueel) gedrag of toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren. Seksueel misbruik is een term die wordt gebruikt als het gaat om seksuele handelingen door volwassenen met kinderen onder de zestien jaar. Flashing Heiloo neemt ongewenste omgangsvormen  serieus. NOC*NSF heeft gedragsregels voor sportbegeleiders opgesteld welke door alle landelijke sportbonden en Flashing Heiloo worden onderschreven. De regels zijn gemaakt om de risico\”s op ongewenst gedrag in de relatie pupil en trainer te verkleinen en ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleiders en sporters in concrete situaties. Hieronder staan de elf gedragsregels die worden onderschreven door alle landelijke sportorganisaties die zijn aangesloten bij NOC*NSF:

1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt.

2. De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.

3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.

4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

5. De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.

6. De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.

7. De begeleider zal tijdens training, wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.

8. De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.

9. De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.

10. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken.

11. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

× Internet Explorer is missing updates required to view this site properly. Click here to update. OR even better, try out other great browsers, Chrome and Firefox are top of the best.